Planten

Gedurende het grootste deel van zijn bestaan is de mens jager/verzamelaar geweest. Naast de jacht

leverden het verzamelen van plantaardig voedsel alles wat nodig was om te overleven. Planten, die het

meeste nut hebben voor mensen, werden in overvloed door de natuur geleverd. De leden van een groep

jager-verzamelaars wisten precies welke planten in welke tijd van het jaar op welke plek te vinden waren.

  

Veel delen van planten, zoals de bloemen, stengels, bladeren, wortels, zaden en vruchten zijn eetbaar. In het voorjaar

werden bijvoorbeeld groentes als zuring en melganzenvoet  verzameld en in de herfst diverse vruchten als bramen, appels

en vlierbessenVan brandnetels werd brandnetelsoep getrokken en de bladeren van de paardebloem werden gebruikt als

een salade. Ook wilde noten en bessen zijn uitstekend voedsel dat nog gemakkelijk bewaard kon worden. Hazelnoten werden

waarschijnlijk voor de winter opgeslagen en vruchten konden worden bewaard door er jam van te maken. Sommige planten

werden als kruid gebruikt om de geur en smaak van gerechten te verbeteren.

  

Niet alleen zijn veel plantendelen eetbaar, maar sommige planten zijn ook leveranciers van allerlei bruikbare materialen, zoals

vezels en wortels om touw van te maken. Veel planten zijn niet alleen voedzaam, maar daarnaast hebben sommige planten

ook geneeskrachtige eigenschappen. Van deze geneeskrachtige eigenschappen is voor duizenden jaren gebruik gemaakt 

en sommige planten worden nog steeds gebruikt.

  

De meest voorkomende en ook gebruikte planten vormden de zaadplanten of wel bloemplanten. Zaadplanten kunnen worden

ingedeeld in: houtachtige planten en kruidachtige planten