De ruisvoorn of rietvoorn genoemd, wordt zelden langer dan 40 cm en
zwaarder dan 1 kg. Hij lijkt veel op de blankvoorn. De ruisvoorn heeft meestal
een groene glans, de flanken zijn brons- tot zilverachtig en hij heeft een witte
buik. De vinnen zijn meestal felrood gekleurd. Hij groeit vrij langzaam, ongeveer
5 cm per jaar. De ruisvoorn doet er ruim tien jaar over om echt groot te worden.
Leefwijze. leefgebied en voedsel
Rietvoorns leven in scholen en komt vooral in ondiepe en vaak plantenrijke
veenplassen en polderwateren voor. De bovenstandige bek wijst erop dat de
ruisvoorn geen echte bodemvis is, maar dat hij zowat overal kan aangetroffen
kan worden. Soms zwemmen de scholen tegen de waterspiegel, dan weer op
halve diepte en ook wel tegen de bodem. Naar de winter toe verzamelen de
rietvoorns zich in grote scholen ergens in rustig, vrij diep water. Het is een uiterst
schuwe vis De rietvoorn voedt zich hoofdzakelijk met muggenlarven, verschillende
insectenlarven en waterdiertjes, maar ook wel plantendelen.
Voortplanting
Rietvoorns paaien in april tot juni tussen waterplanten wanneer de watertemperatuur meer dan 15°C bedraagt. Er zijn 3 legperioden
per jaar. De eitjes worden op waterplanten afgezet en zijn kleurloos tot licht gelig. Ze komen na een week uit. De jongen zijn na 1 jaar
ongeveer 6 cm. Bij een lengte van ongeveer 15 cm of als ze tussen de 2 à 3 jaar is de, is hij geslachtsrijp.



