De kolblei heeft een lengte van hooguit 45 cm en dan met name in de grote
rivieren. De kolblei, lijkt op brasem, maar is te herkennen aan de rode basis
van de borstvinnen. Tevens is de kop van de kolblei stomper en zijn de ogen
naar verhouding met de kop groot. Kruisingen tussen beide vissoorten komen
echter vaak voor.
Leefgebied, leefwijze en voedsel
De kolblei zoekt net als de brasem zijn eten op de bodem, maar heeft een
gevarieerder dieet. Het voedsel bestaat o.a. uit wormen, larven, slakjes en
kreeftachtigen, maar ook waterplanten, en algen. Het voedsel wisselt echter
per jaargetijde. Bijvoorbeeld in het voorjaar worden vooral muggenlarven
gegeten en in de zomer en in de herfst wormen. Gedurende de winter wordt
niet gegeten.
De kolblei komt vooral voor in grote en kleine rivieren, meren en plassen.
Hij is voor zowel zijn voedsel als voor het paaien afhankelijk van een goed ontwikkelde onderwater- en oevervegetatie.
Voortplanting
De paaitijd van de kolblei ligt tussen mei en juli. Er wordt dan vooral in ondiep water gepaaid bij een watertemperatuur van
boven de 15 °C. De jonge vissen groeien snel en in de eerste twee jaar tot ca. 12 cm. Mannetjes bereiken geslachtsrijpheid
in hun derde jaar, vrouwtjes in hun vierde.



