(Over)leven in de natuur
Beekforel

De beekforel (Salmo trutta) heeft een maximale lengte van 100 cm. Beekforellen

die naar zee trekken zijn bronsachtig van kleur en hebben rode en zwarte vlekken

op het lichaam met een blauw/witte rand, maar deze vlekken bevinden zich echter

niet op de staartvin. De buik van de beekforel is geelbruin van kleur. De beekforel

heeft een vetvin. Naar zee trekkende forellen veranderen van bronskleurig in zilver-

kleurig.

 

Leefgebied, leefwijze en voedsel

De beekforel komt voor in koele, zuurstofrijke en stromende wateren en meren

met grindbodem. De beekforel voedt zich met name met watervlooien, larven van

insecten en kleine kreeftachtigen. Ook heeft de vis een voorkeur voor insecten op

het wateroppervlak en in het water gevallen wormen.

 

Voortplanting

De paaitijd van de beekforel ligt in de winter. Het paaien vindt meestal in de

maanden november en december plaats, maar soms ook pas in januari. Het tijdstip van het paaien hangt grotendeels af van het

weer, en dan met name van de temperatuur. In snelstromende beken worden de eitjes door de wijfjes in nest kuiltjes in niet al te

grove kiezelbodem afgezet. Zodra het vrouwtje klaar is met het afzetten van de eitjes, laat het mannetje zijn hom (zaad)met de

stroming mee over het kuit lopen en slaat daarna met zijn staartvin de paaigeul weer dicht. De eitjes worden daarna aan hun lot

overgelaten. Na het paaien keren de ouders stroomafwaarts terug naar de diepere gedeelten van de rivier. Het vrouwtje legt dan

zo'n 1500 eitjes met een grootte van 6 mm. De daarna uitgekomen 25 mm kleine forelletjes leven de eerste weken op hun dooier-

zak. 

 

 

 

Beekforel