Hondsdraf
Hondsdraf (Glechoma hederacea ) is een kleine, kruipende, overblijvend
plant met een hoogte van 15 tot 60 cm. In de bladoksels vormen zich schijn-
kransen, elk met 1 tot 6 paars blauwe bloemen. De bloeimaanden vallen van
april tot en met juni, maar met als hoogtepunt rond april. De onderlip is aan
het einde in tweeën gespleten en de bovenlip is vlak en niet bol. Er zijn
tweeslachtige en vrouwelijke exemplaren. De laatste hebben veel kleinere
bloemen.
De plant vormt kruipende of opstijgende stengels. Aan de knopen ontstaan
vaak wortels. De kruipende stengels vormen wortels op de knopen.
De bladeren zijn niervormig met een gekartelde rand. Hoe zonniger de
standplaats, des te kleiner zijn de bladeren. De plant blijft 's winters groen.
In het voorjaar is de kleur van de plant min of meer paars door de lage temp-
eraturen en in de zomer groen. De plant komt voor op zonnige tot licht
beschaduwde plaatsen op vochtige tot matig droge, matig voedselrijke tot
zeer voedselrijke, humushoudende grond. Hondsdraf komt o.a. voor in bossen, het struikgewas en in de duinen. Tevens aan water-
kanten en zelfs in knotwilgen.
Toepassingen
De jonge bladeren kunnen rauw of gekookt gegeten worden. De bladeren hebben een bittere smaak en geven aan salades een
licht aromatische smaak. Ze kunnen worden toegevoegd aan soepen en gebruikt worden als een kruid. Een thee kan zowel met
verse als gedroogde bladeren worden gezet.
Geneeskrachtige toepassingen
Hondsdraf wordt als geneeskrachtig kruid toegepast tegen bijv. jeuk en wonden. De blaadjes moeten worden gekneusd en dan op
de pijnlijke plek worden gelegd. Het groeit dikwijls in de buurt van brandnetels en indien gestoken helpt het tegen de jeuk.



