De rode klaver(Trifolium pratense) kan 15-50 cm hoog worden
en is een overblijvende plant met een samengesteld drietallig blad.
De stengel is behaard. De onderste bladeren zijn langgesteeld
en rond. De bovenste bladeren zijn langwerpig en zowel aan de
onderzijde als bovenzijde bedekt met haartjes. In het midden van
deze bladeren zit een lichte vlek. Naast de bovenste bladeren
zitten eivormige blaadjes.
De rode klaver bloeit van juni tot in de herfst met roze tot rode
bloemen. De bloeiwijzen zijn bol tot eivormig en hebben aan
de voet van de bovenste bladeren steunblaadjes. Rode klaver
is in grote hoeveelheden op veel plaatsen te vinden.
De witte klaver (Trifolium repens) is een vaste plant. De lange
stengels liggen op de grond en bewortelen op de knopen. Alleen de toppen staan opgericht. De plant is niet behaard en kan tot
50 cm lang worden. Het blad bestaat uit drie deelblaadjes, die rond tot eirond zijn. Ze kunnen fijngetand of gaaf zijn. Elk deel-
blaadje is 1 tot 3 cm lang en is voorzien van een bleke vlek. De steunblaadjes zijn vliezig en lopen aan de top uit in een naaldje.
De welriekende bloem is wit of heeft soms een roze waas. Individuele bloemen zijn 8 tot 12 mm in diameter. De plant bloeit met
witte bloemen in een tros van mei of juni tot de herfst. De bloemen verwelken via roze tot bruin. De witte klaver komt o.a. voor in
graslanden en wegbermen.
Toepassingen
De jonge bladeren moeten verzameld worden voordat de bloemen uitkomen en kunnen worden toegevoegd aan o.a. salades en
soepen of als groente worden gekookt. Ze kunnen worden gedroogd, vermalen en over allerlei voedsel worden uitgestrooid.
Gedroogde bloemen en zaaddozen kunnen worden vermalen en gebruikt als bloem. De jonge bloemen kunnen aan salades
worden toegevoegd. De wortels moeten worden gekookt. Van zowel verse als gedroogde bloemen kan een frisse thee worden
gezet.



