Wilde peen (Daucus carota) is een tweejarige plant en wordt 30 tot 90 cm hoog.
In het eerste jaar vormt hij een rozet van langgesteelde, veervormig samengestelde,
donkergroene bladeren. In het tweede jaar schiet uit het midden van de rozet een
rechtopstaande, bebladerde stengel op, die bekleed is met ruwe haartjes.
De bloeitijd is in juni tot de herfst. Het scherm bestaat uit vele stralen, waarvan
de buitenste bij rijping vogelnestjesachtig naar binnen zijn gebogen. De witte of
roze bloemen groeien in een scherm, waarbij de bloemen in het midden vaak
zwart-purperachtig gekleurd zijn. Bij aanraking verspreidt de plant een specifieke
geur. De 1-zadige vruchtjes zijn voorzien van haakjes. Wilde peen bevat een witte,
vetakte en een wat vlezige penwortel.
Wilde peen komt voor in droge graslanden, bermen, dijken en duinen.
Toepassingen
De dunne en vezelige wortel kan worden gekookt. De aromatische zaden kunnen als smaakversterker in stoofpotten worden
gebruikt. Gedroogde en daarna geroosterde wortels kunnen vermalen worden om koffie te maken. De plant is rijk aan vitamine
A en B.



