Krulzuring (Rumex crispus) is wordt 30 tot 150 cm hoog en vormt een gele,
vertakte penwortel. De plant heeft een gegroefde stengel. De lancetvormige,
brede bladeren kunnen tot 40 cm lang worden en hebben van boven een vlakke
bladsteel. De plant heeft haar naam te danken aan de sterk gekroesde rand.
De krulzuring bloeit van mei tot oktober met groene bloemen die in slanke
pluimen zijn gerangschikt. De vrucht is een 1,5 tot 1,8 mm breed, driekantig
nootje. De plant komt voor op vochtige, voedselrijke grond en langs vloedmerken.
Toepassingen
De bittersmakende bladeren kunnen worden gekookt of toegevoegd aan een
salade of soep. Alleen de jonge bladeren moeten worden gebruikt. Het beste
is om de bladeren te verzamelen als de stengels zich nog niet hebben
ontwikkeld en zelfs deze kunnen bitter smaken. Indien de bladeren in de
vroege lente of en de herfst worden gebruikt smaken ze echter beter.
De bladeren zijn rijk aan vitaminen en mineralen; vooral aan ijzer en de
vitaminen A en C. Oudere bladeren worden te bitter om te eten. De stengels kunnen rauw of gekookt worden gegeten.
Ze kunnen het beste worden gepeld en dan kan het binnenste gedeelte worden gegeten. De zaden kunnen rauw of
gekookt worden gegeten. De zaden kunnen tot poeder gemalen worden en dan als meel worden gebruikt.
Ridderzuring (Rumex obtusifolius) is een overblijvende plant en wordt 80 tot
150 cm hoog. De wortelbladeren en onderste stengelbladeren zijn groot en
breed, zijn eivormig en hebben een hartvormige voet. De hogere bladeren zijn
smaller.
Ridderzuring heeft kleine, tweeslachtige groene bloemen. De vruchtdragende
bloemdekken zijn langer dan 3,5 mm. De binnenste bloemdekbladen zijn eirond
tot langwerpig. De bloeitijd is van juni tot en met oktober.
Ridderzuring heeft de voorkeur voor zonnige tot licht beschaduwde en vochtige grond. Hij groeit o.a in bermen, beschaduwd
grasland, waterkanten, rivieroevers en langs bospaden en dijken.
Toepassingen
De jonge bladeren worden eerst gekookt om de bittere smaak te verminderen. Bladeren kunnen gedroogd bewaard worden
voor later gebruik. De bladeren hebben een mildere smaak wanneer ze in de vroege lente te voorschijn komen. De jonge
stengels kunnen worden gekookt.
Schapezuring (Rumex acetosella) wordt 10 tot 60 cm hoog en vormt veel
en lange ondergrondse uitlopers. De 3 tot 7 cm lange, spiesvormige bladeren
zijn omgekeerd-eirond tot lijnvormig.
De bloemen zijn tweehuizigen zijngroen of lichtrood aangelopen. De mannelijke
bloemen hebben een vrijwel vlak bloemdek met ongeveer even grote rode slippen.
De vrouwelijke bloemen zijn rood tot groen. Schapenzuring bloeit van mei tot de
herfst met meestal groene of lichtrood aangelopen pluimen.
Schapezuring komt voor op zonnige, open plaatsen bestaande uit droge,
stikstofhoudende zand-, heide- en veengrond.
Toepassingen
De jonge blaadjes kunnen rauw gegeten worden. Ze smaken fris zuur en kunnen als kruid worden toegevoegd
aan gemengde salades. De bladeren kunnen als verdikker aan soepen, stoofpotten en sauzen worden toegevoegd.
Tevens kan van de bladeren een frisse drank worden gemaakt door ze te koken en het geheel af te laten koelen.
De wortels worden gedroogd en vermalen tot poeder om ze als meel te gebruiken in verschillende gerechten.
Veldzuring (Rumex acetosa) is een overblijvende plant die meer dan
een halve meter hoog kan worden. De bladeren zijn pijlvormig en gaaf-
randig. De bladeren van het rozet zijn gesteeld, maar langs de stengel
zijn ze ongesteeld.
De bloemen zijn tweehuizig en bestaan uit kleine roodachtige en groene
bloempjes. De bloeitijd is in mei en juni.
De plant komt op matig voedselrijke en matig vochtige grond voor, zoals
in loofbossen, langs bospaden, beekoevers, rivieroevers. Vaak en met
name op zonnige plaatsen zijn veel delen van de plant rood aangelopen.
Toepassingen
De jonge blaadjes worden in kleine hoeveelheden gebruikt in salades,
soepen en als kruid voor sauzen. Bladeren kunnen gedroogd bewaard
worden voor later gebruik. De bloemen kunnen als groente worden
gekookt.






