De blauwe bosbes (Vaccinium myrtillus) is een dwergstruikje van 15 tot 60 cm
hoog. Hij houdt niet van kalkhoudende grond maar past zich beter aan op een vochtige,
zure bodem. De blauwe bosbes groeit voornamelijk in open bossen, op heide en
veen in de gematigde en subarctische gebieden in de wereld. De stengels ontspringen
uit een wijdverspreid wortelstelsel met wortelstok. De kantige twijgen zijn groen.
De bladeren zijn lichtgroen, eirond tot elliptisch en hebben een zwak gezaagde rand.
Ze zijn 1-3 cm lang. De bladeren vallen af in de late herfst. Hierbij worden ze eerst
geelbruin; maar op sommige plaatsen kunnen ze oranje of rood kleuren.
De ballonvormige bloemen zijn roze en hebben een groene waas. De bloemen zijn met
hun open einde naar beneden gericht. De bloeitijd is van april tot juni, met soms een
tweede bloei in de herfst. Kort na het uitbloeien van de roze, bolronde bloemen
ontstaan er op stengels, ouder dan 3 jaar, zwartblauwe bessen, bedekt met een waas.
Elke bes kan tot 40 zaadjes bevatten.
De rode bosbes of vossenbes (Vaccinium vitis-idaea) wordt tussen de 10 en 40 cm
groot en heeft een compacte, rechtopstaande vorm. De ovale bladeren zijn afwisselend
geplaatst en tweedelig gerangschikt, donkergroen en leerachtig. Aan het einde van de
groeischeuten hangen de trossen met witte, soms rossige, klokvormige bloemen.
De bloemtrossen bestaan uit vier bloemen. Eind augustus, begin september rijpen de
bessen in vijf tot zes weken via wit naar helderrood. Onder goede omstandigheden rijpen
de rode bosbessen nog een tweede keer in september en oktober.
De rode bosbes is
schrale grond en verdraagt zelfs nog schaduwrijke bossen en voedingsarme zandgronden.
Omdat de rode bosbes vorstbestendig is (temperaturen tot -22°C worden verdragen) komt
ze overal op het noordelijk halfrond voor; van de noordelijke gematigde klimaatszone tot in
het bereik van de Noordpoolcirkel.
Toepassingen
De bessen, rauw of gekookt, smaken zoet en bevatten een hoge gehalte aan vitamine C. Gebruikt de bessen voor jam of voor sap.
De vruchten kunnen worden gedroogd en als krenten worden gebruikt. Van de bladeren kan thee worden gezet.
Geneeskrachtige toepassingen
Gedroogde bladeren werden voor allerlei verschillende behandelingen gebruikt. De bladeren moeten vroeg in de herfst worden
verzameld, waarbij alleen de groene bladeren moeten worden gekozen. Deze moeten dan boven een klein vuur worden gedroogd.
De bladeren mogen niet meer dan drie weken achter elkaar worden gebruikt. Thee gemaakt van de gedroogde bladeren is sterk
bloedstelpend, werkt bevorderend voor urineafscheiding, werkt versterkend en is antiseptisch. Een aftreksel van de bladeren wordt
plaatselijk gebruikt voor zweren. Verse vruchten hebben een lichtlaxerende werking, maar indien gedroogd werkt het bloedstelpend.
Bij maagklachten kan een extract van de vrucht worden gebruikt.




