(Over)leven in de natuur
Hazelaar

De hazelaar (Corylus avellana) behoort tot de familie van de berken.

Het is een struikachtige boom of heester met verschillende onder-

stammen die elk jaar toenemen. Hij kan tot 12 m hoog worden en gaat

pas na tien jaar vrucht dragen. Het blad loopt in mei uit en valt er pas

in november af. De bladrand is dubbelgezaagd. Het blad heeft een bijna

ronde vorm met een korte spits en is aan beide zijden behaard.

De hazelaar bloeit
meestal rond januari als hij nog geen bladeren heeft

en is voor de bestuiving afhankelijk van de wind. Aan de hazelaar zitten

de mannelijke en de vrouwelijke bloeiwijzen apart. De mannelijke

bloempjes zitten in bruingele katjes en zijn al in de zomer aanwezig in de oksels van de bladeren. De vrouwelijke bloempjes zitten

met drie tot vier in een klein knopje bij elkaar.

 

De zeer voedzame noten, 5-20mm, worden omhuld door rafelig, bladachtig en bekervormig omwindsel van dezelfde grootte. Naar-

mate de noot rijper wordt, verkleurt de bast van de noot naar geeloranje. In een koele en vochtige zomer produceert de boom meer

hazelnoten dan in een droge, warme zomer. De hazelnoten worden door dieren, zoals de Vlaamse gaai, verspreid. Verder verspreidt

de hazelaar zich via worteluitlopers. De hazelaar groeit op vochtige, leemachtige grond van beekdalen of bosranden.

 

Toepassingen

De hazelnoten kunnen in september tot november geoogst worden. Uit de noten kan een heldere, gele olie worden geperst, welke

o.a. gebruikt kan worden voor het bakken van voedsel. Ongeschilde noten kunnen op een koele plaats ongeveer een jaar worden

bewaard. Het schors en de bladeren bevatten tannine en kan worden gebruikt bij het preparen van huiden. Het hout van de

hazelaar voorziet al duizenden jaren in speer- en pijlenhout. De buigzame twijgen zijn geschikt voor vlechtwerk.

 

 

Hazelaar