De gewone vlier (Sambucus nigra) wordt 3 tot 10 meter hoog. De schors
is diepgegroefd en kurkachtig. De gebogen takken zijn vrij gemakkelijk te breken
en zijn gevuld met een witachtig merg. De dofgroene bladeren zijn geveerd met
3 tot 7 langwerpig-eironde, 5 tot 10 cm lange, fijn getande blaadjes.
De bloemen vormen samen vlakke schermvormige pluimen van 10 tot 24 cm,
aan het eind van lange takken. Ze zijn wit, geurend, stervormig en 5-delig.
De helmknoppen zijn geel. De bloei is in juni en juli. De bestuiving vindt plaats
door insecten.
De vruchten zijn eerst rood, maar worden later zwart en zijn in september en
oktober rijp. Het sap is paarsrood en zuur van smaak.
De gewone vlier groeit op onnige tot half beschaduwde plaatsen op droge tot vochtige grond en is o.a. te vinden in struikgewas,
lichte loofbossen, wilgenbossen en rivieroevers.
Toepassingen
De bessen kunnen worden verwerkt tot jam of siroop. Ook worden de bessen gebruikt voor het verven. De bessen kunnen beter
niet rauw gegeten worden aangezien ze licht giftig zijn. Vlierbloesem kan gedroogd worden voor het gebruik in thee. Wanneer
de bloemschermen veel gele stuifmeel bevatten, eind mei of juni, kunnen ze worden geoogst en worden gedroogd. De bloemen
kunnen dan voor een jaar bewaard worden, mits in een van lucht en licht afgesloten pot. De bloemschermen kunnen in pannen-
koeken worden gebruikt of er kunnen vlierbloesembeignets van worden gemaakt. Bovendien kan van de bloesem siroop worden
gemaakt.
Om limonade te maken moet het vlierbloesem vier á vijf dagen trekken in water en daarna gefilterd worden.
gewone vlier is zacht en uit te hollen en daarom kunnen er kleine gebruiksvoorwerpen van worden gemaakt. Het merg is zeer
licht en kan gebruikt worden als watten of om fijne instrumenten schoon te maken. Metaal dat met vlier wordt ingewreven roest
niet en houdt hout vrij van wormen. Gekneusde bladeren houden muggen en vliegen op afstand. Van een vliertak
kan een eenvoudige fluit worden gemaakt.
Verse vliertakken bij opgeslagen gewassen verjagen muizen en door vlierbloesem die net nog in knop zijn boven eten te hangen
worden vliegen op afstand gehouden. Vlier tussen appels gelegd, zorgt ervoor dat de appels langer houdbaar zijn, omdat de vlier
er voor zorgt dat er geen bederfbrengende insecten bij de appels komen.
Geneeskrachtige toepassingen
De gehele plant heet geneeskrachtige eigenschappen, waarbij echter vooral de bloemenworden gebruikt. De bloemen moeten
tijdens droog weer voorzichtig worden verzameld. Wanneer bloementhee warm en in grote hoeveelheden wordt gedronken werkt
dit de transpiratie op. Daarom helpt het bij de behandeling van koortsachtige verkoudheden. Vlierbloesem werkt verzachtend bij
ademhalingsproblemen, waaronder hooikoorts.
Een aftreksel van de vlier helpt bij ontstoken en vermoeide ogen. Als kompres kunnen de bloemen en/of bladeren helpen bij het
verzachten van de pijnlijke plekken, bijvoorbeeld bij steenpuisten en zweren. Bij oorpijn en kiespijn werkt een dampbad met vlier-
bloesem en -blad. Verse blad rond het hoofd werkt als slaapmiddel.
Bij aambeien kan een papje van de bladeren en/of bloemen worden gekookt en dan worden aangebracht. Het sap of een puree van
rijpe bessen wordt gebruikt bij constipatie, als verzachtend middel om het hoesten en verkoudheden met verstoppingen te verzachten
en om de spijsvertering en de bloedsomloop te stimuleren. Thee van de bladeren werkt bloedreinigend en thee van de bloemen
versterkt de afweer. Gekookte bessen versterken de stofwisseling. (Niet-rijpe bessen zijn licht giftig en het sap kan misselijkheid,
diarree of braken veroorzaken, tenzij ze worden gekookt.) Het sap kan worden gebruikt bij brandwonden, wonden als gevolg van
heet water, kneuzingen, verstuikingen en wonden.



