Het kenmerk van wespen vormt de geel met zwarte tekeningen over het hele lijf
en de smalle lichaamsopbouw. Mannetjes hebben langere voelsprieten dan de
werksters. Wespen komen voor in bossen en houtwallen, maar ook in bewoonde
gebieden. Wespen zijn sociale dieren die in een kolonie leven.
In het najaar verlaten jonge koninginnen het nest waarin ze opgegroeid zijn, paren
en zoeken een schuilplaats voor de winter. De jonge koninginnen verblijft daar
gedurende 6 of 7 maanden. Laat in het voorjaar komt de koningin weer te voorschijn
en gaat op zoek naar een geschikt plek om een nest te maken. Vaak betreft dit
spleten of holletjes in de grond of muur. De koningin graaft dit dan verder uit met
haar kaken. Als bouwmateriaal voor het nest gebruikt de koningin houtvezels,
die ze van een paaltje van een hek of een oude boom afknaagt. De houtvezels
worden fijngekauwd en met speeksel vermengd. Hierdoor verhardt het tot een soort
papier of kart. Als er een voldoende stevige aanhechting is gemaakt, wordt daaraan een steel gemaakt. Dan maakt de koningin
een raat van enkele zeshoekige cellen, die aan de onderkant open zijn. Als volgt legt de koningin in elke cel een ei en bouw om
deze eerste raat een papieren omhulsel.
Gedurende de bouwwerkzaamheden heeft de koningin zich gevoed met nectar. Als de kleine witte larven uit het ei komen,
verdeelt ze haar tijd tussen het voeden van de larven en het bouwen van nieuwe cellen aan de raat, waarbij het papieren omhulsel
steeds groter wordt. De larven worden door de koningin gevoed met een papje van fijngekauwde insecten. De koningin grijpt
ze in de vlucht met haar kaken. Tegen de tijd dat de larven uit de eerste eieren volgroeid zijn en zich verpopt hebben, heeft de
koningin soms al een tweede verdieping gebouwd. Die zit met kleine steeltjes onderaan de eerste raat vastgemaakt. Om bij een
ondergrondse nest meer ruimte vrij te maken voor een groter nest moet ze de holte verder uitgraven en de aarde verwijderen.
Als de eerste werksters verschijnen nemen ze de bouwwerkzaamheden van de koningin over. De werksters maken nieuwe,
steeds grotere, raten onder elkaar. Na een tijdje worden weer kleinere raten gemaakt, zodat het nest een bolvorm krijgt.
De koningin blijft nu in het nest en wordt gevoed door haar dochters, die ook het voedsel verzamelen voor de opgroeiende larven.
Een kolonie bestaat uit ongeveer 5000 wespen. Het totale aantal nakomelingen van de koningin kan 5x zo groot zijn.
Het afgebouwde nest is een holle bol met een doorsnede van 20 tot 25 cm en bestaat uit 6 tot 10 raten. De binnenkant van het
nest wordt voortdurend afgeknaagd en weer fijngekauwd tot een brij, die samen met nieuw bouwmateriaal gebruikt kan worden bij
de uitbouw van nieuwe raten. Tegen het einde van de zomer wordt een generatie van mannetjes en vruchtbare wijfjes geboren.
De wijfjes worden de nieuwe wespenkoninginnen. Ze zijn iets groter dan de werksters. De eieren waaruit de werksters en koning-
innen komen, zijn altijd bevrucht door sperma dat de koningin na de paring in haar lichaam bewaart.Uit de onbevruchte eieren komen
alleen mannetjes. Na de paring gaan de mannetjes dood en de koninginnen gaan overwinteren. Op het eind van de zomer worden de
werksters traag en verwaarlozen zij de werkzaamheden aan het nest. De werksters en de oude koningin sterven in de herfst bij de
eerste nachtvorst.
De werksters voeden zich met nectar en sap uit vruchten.De larven en de koningin worden door de werksters gevoed met dierlijk-
voedsel, voornamelijk gevangen insecten,zoals vliegen. De wespenlarve is een witte pootloze made, die zich in de hangende cel
tegen de wanden aandrukt. Als de larve volgroeid is, spint zij een papierachtig deksel over de opening van de cel. De larve gaat nu
veranderen in een zachte witte pop. De wespen komen 3 tot 4 weken nadat de eieren gelegd zijn uit. De angel van een wesp is
eigenlijk een legboor voor het leggen van eieren, maar die veranderd is in een angel. De angel is verbonden met een gifklier.
Bij de koningin komen de eieren uit een opening aan de basis van de legboor. Wespen steken alleen als ze worden vastgepakt of
in het nauw gebracht.
Verzamelen
Zowel de poppen, larvenals de volwassen exemplarenzijn allemaal eetbaar. Overdag begeven de wespen zich ver van het nest,
maar 's avonds komen ze allemaal weer terug. Maak eerst een fakkel van een bos droog gras en houd hem zeer dicht bij de opening,
zodat het nest zich met rook vult. Sluit dan het gat af en dit zal de wespen doden. Verwijder bij de wesp de vleugels, de poten en
vooral de angel. Knijp zachtjes in het achterlijf en hierdoor komt de angel met het gifblaasjes naar buiten. Door ze te koken of te
roosteren verbetert de smaak.



