Paling
De paling (Anguilla anguilla) of aal heeft een lang slangachtig lichaam met
zeer slijmerige huid met een lichtkleurige buik en een bronskleurige rug die
bovenop zwart is. De paling heeft kleine borstvinnen, de buikvinnen ontbreken,
de bovenkaak is iets korter dan de onderkaak en de schubben zijn zeer klein
en zitten verborgen in de huid. De kieuwopeningen zijn zeer klein, daardoor
blijven de kieuwen nog lang vochtig als de vis zich op het land bevindt. Hij kan
een maximale lengte bereiken van 135 cm.
Leefgebied, leefwijze en voedsel
De aal is één van de weinige vissoorten die zich over land kan verplaatsen.
In vochtig gras kan de aal van het ene naar het andere water kruipen. Hierbij
bestaat echter een goede kans dat hij door bijvoorbeeld een vos of een reiger
wordt opgegeten. De paling trekt na ongeveer 5 jaar zich terug naar zee om
zicht voort te planten. De paling veranderd dan ook van kleur. de vis krijgt een
zilverwitte buik, een zwarte rug en het oog wordt groter. De paling komt voornamelijk voor in gebieden die een vrije toegang naar de
zee hebben. De paling voedt zich voornamelijk met kleine ongewervelden, maar ook vis.



