Een blaaspijp is geen wapen waarvan bekend is dat hij in de prehistorische tijden
werd gebruikt. Het is echter wel een effectieve jachtwapen voor kleine zoogdieren.
Een blaaspijp bestaat uit een 1 tot 2 m lange buis(soms nog wel veel langer).
De lengte is bepalend voor de snelheid en de nauwkeurigheid. Hoe langer de
buis hoe hoger de mondingssnelheid. De afmeting van de buis wordt echter begrensd
door de hanteerbaarheid en door de postuur van de schutter, want die bepaald de
longencapaciteit. Om een optimale blaaskracht te krijgen mag de inhoud van
het blaaspijpkanaal niet meer dan ongeveer 10% van de capaciteit van de schutter
bedragen. Een wijder kanaal maakt het mogelijk meer energie op de pijl over te dragen,
maar hierdoor is er een grotere afsluitende prop aan de staart van de pijl nodig en dit
verslechterd weer de vlucht van de pijl.
De buis kan van een tak of stengel worden gemaakt. Dit kan al een bestaande holle tak of stengel zijn, maar deze kan ook hol
worden gemaakt. De tak of stengel wordt gespleten en de het kanaal wordt dan zo bewerkt of aangebracht dat het overal even
breed en glad word. De twee helften worden dan weer aan elkaar gelijmd of gebonden. Een stok met een zachte kern kan met
een tak waarvan de punt in het vuur verhard is worden doorgeboord. Een blaaspijp kan van riet, lisdodde, vlier, engelwortel
of berenklauw worden gemaakt of van uitgeholde takken van de wilg, hazelaar, els. Door een tak boven een vuur te houden
door het te stomen kan een tak recht worden gemaakt. Een stengel kan, nadat het is uitgeboord, recht worden gemaakt door
het boven hete kolen te verhitten en dan aan één kant een gewicht te hangen.
De pijltjes bestaan uit rechte stokjes, waarbij de lengte afhankelijk is van de lengte van de blaaspijp. De punt van een pijltje kan
in een vuur verhard worden.
Aan het uiteinde van de pijl wordt een prop vastgemaakt die dienst doet zoals veren bij het boogschieten. Met een plukje fijne
vezels aan het eind wordt de buis zodanig afgesloten dat er druk achter het pijltje kan worden opgebouwd bij het afschieten.
Deze prop kan bestaan uit de pluis van een distel, wilg, veenpluis of wollegras en wordt in een spiraal om de achterste paar
centimeter van de pijl vastgemaakt.
Mondstuk
Om het wegblazen van een pijl te vergemakkelijken kan er aan één uiteinde een mondstuk worden gemaakt. Dit mondstuk is
van zo'n grootte dat het makkelijk de lippen kan omvatten, zodat het het een afgesloten geheel vormt. Het kan onder andere
gesneden worden uit vlier, els en berk.
Blaastechniek
Bij het blazen worden de handen dicht bij de mond gehouden, met de rechterhand het dichtst bij de mond. Met een blaaspijp
van ongeveer twee meter kan een pijl wel honderd meter ver worden geschoten. De blaaspijp levert een zeer krachtig schot.
Met enige oefening kan een grote precisie worden bereikt.
Omdat een pijl zo klein en licht is dat het slechts weinig energie over kan dragen op het doel, is het maar zelden mogelijk een
prooi te doden door de wond die door het pijltje wordt aangebracht. Het is een jachtwapen dat gebruikt kan worden voor het jagen
op kleine dieren zoals vogels of eekhoorns.



