(Over)leven in de natuur
Citroenmelisse

Citroenmelisse (Melissa officinalis) is een overblijvende plant die naar

citroen ruikt. Hij wordt 40 tot 90 cm hoog. De rechtopstaande stengels

zijn vierkant, lichtgroen en vertakt. De geelgroene, naar citroen geurende

bladeren zijn gesteeld, eirond tot ruitvormig, gekarteld of diep getand en

aan de voet afgeknot of min of meer hartvormig.

 

De bloemen staan in schijnkransen in bebladerde, armbloemige aren.

De naar één kant gekeerde bloemen zijn wittig of bleekgeel en vaak roze

aangelopen. Ze zijn 0,8 tot 1,5 cm groot. Bloeitijd is van juli tot en met

september.

 

Citroenmelisse groeit meestal op licht beschaduwde, soms zonnige

plaatsen op vochthoudende, matig voedselrijke grond.

 

Toepassingen

Citroenmelisse is een kruid o.a. bij visgerechten, soepen en sauzen.

 

Geneeskrachtige toepassingen

Citroenmelisse is een prima middel tegen het verjagen van steekmuggen. Verse bladeren kunnen op insectenbeten en zweren

worden gelegd of er kan eerst een papje worden gemaakt. Een aftreksel van zowel gedroogde als verse bladeren kan als thee

worden gebruiken voor verlichting bij kou met koorts, hoofdpijn en om spanningen wat te verminderen. Citroenmelisse heeft een

kalmerende effect op het zenuwstelsel en helpt bij onrust als gevolg van slapeloosheid en bij andere aandoeningen van het

zenuwstelsel. De olie van de plant is een krachtige bacterieremmer en vormt daardoor een uitstekende rottingswerende wond-

verband. Een thee geeft een ontspannen gevoel. Citroenmelisse helpt bij een moeilijke spijsvertering, het werkt krampstillend

op de maag en de darmen. Een aftreksel van de hele plant helpt tegen koorts en misselijkheid.

 

De plant moet voor de bloeitijd worden verzameld, van begin juni tot het einde van de zomer.

 

    Naar boven

 

 

Citroenmelisse