Dovenetel
De Witte dovenetel (Lamium album) wordt 30 of 40 cm hoog, maar dit is
afhankelijk van seizoen, standplaats en klimaat kan tot anderhalve meter
hoog worden. Deze plant heeft een vierkante, holle stengel. De bladeren
zijn paarsgewijs tegenoverstaand. Aan de voet van de steel zijn de bladeren
hartvormig, aan de top meer langwerpig. De bladeren en stengels lijken
sterk op die van de brandnetel, maar hebben geen netels met mierenzuur.
Het meest opvallende kenmerk van de plant zijn de witte, soms geel
aanlopende bloemen. Deze ontspringen in het bovenste deel van de plant
rondom de plaats waar de bladeren uit de stengel komen. Zo'n krans bestaat
uit 8 of meer lipvormige bloemen, elk zo'n 2 tot 4 cm groot.
De bloeitijd is van mei tot augustus. Het zaad wordt door mieren verspreid.
De plant groeit o.a. langs wegbermen, dijken en bosranden.
Toepassingen
De rijpe bloemen van de witte dovenetel laten makkelijk los van de plant, waarna de nectar er makkelijk uit te zuigen is.
De bloemen van alle soorten zijn eetbaar. De jonge blaadjes van alle soorten zijn geschikt voor salade, in de soep, of
kunnen kort worden gekookt. Van het gedroogde blad en van de bloem kan thee worden gezet.
Geneeskrachtige toepassingen
Een aftreksel van bloemen en scheuten helpt bij het schoonmaken van huiduitslag/zweren/wonden en bij menstruatieproblemen.
De paarse dovenetel (Lamium purpureum) is een 5 tot 30 cm hoge, een- of tweejarige plant die opvalt door de kleine, 1-2 cm grote
paars/roze bloemetjes. Ook de bovenste delen van de duidelijk vierkante stengel kan paars kleuren. De lichtgroene bladeren zijn
ongeveer driehoekig van vorm en staan in paren kruisgewijs tegenover elkaar. De bladeren zijn behaard. De plant bloeit al zeer
vroeg, vanaf februari tot mei en nogmaals in september tot oktober. Ze groeit met voorkeur op beschaduwde plaatsen en een vochtige
grond. De plant vormt vaak dicht opeengedrongen groepen waar elke ander vegetatie wordt uitgesloten.
De gevlekte dovenetel (Lamium maculatum L.) is een 20 tot 80 cm hoge, vaste plant. De plant heeft 2-3 cm grote roze gekleurde
bloemen en zijn dus groter dan die van de paarse dovenetel. De 'vlek' in de naam slaat op de zilverkleurig / grijze streep langs de
hoofdnerf van het blad. De bloeitijd is van april tot november. De plant groeit vaak op dezelfde plaatsen als de paarse dovenetel,
de witte dovenetel en de brandnetel. De plant houdt van een permanent enigszins vochtige grond. De plant vormt, net als de paarse
dovenetel, vaak dicht opeengedrongen groepen.



