Daslook (Allium ursinum) is een overblijvende plant en wordt 20 tot 40 cm
hoog. De stengels zijn 3-kantig of halfrond. De planten vormen pollen en
grote groepen. De wortels bestaan uit langwerpige bollen. De meestal uit
tweeën bestaande ovale, wortelstandige bladeren zijn 2 tot 5 cm breed,
donkergroen en parallelnervig. De bladsteel is 5 tot 15 cm lang. De bladeren
verspreiden een sterke uiengeur.
De zuiver witte bloemen hebben zes witte bloemdekbladen en zijn in losse
bolvormige schermen gegroepeerd. De plant bloeit van april tot juni, maar
soms tot juli. De plant groeit vaak in groepen en trekt door de sterke uienlucht
snel de aandacht. Elke bloem heeft 6 meeldraden, die ongeveer half zo lang
zijn als de bloembladen. De zaden zijn zwartbruin.
Daslook groeit op beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot
voedselrijke grond en is te vinden in o.a. loofbossen en struikgewas.
Toepassingen
De bladeren kunnen rauw of gekookt worden gegeten en zijn vaak al vanaf eind januari te vinden. De bladeren moeten voor
de bloei worden verzameld en kunnen fijngehakt in salades en in soepen worden gebruikt. De bloemen kunnen rauw of
gekookt worden gegeten. Ze zijn vaak sterker van smaak dan de bladeren en kunnen in kleine hoeveelheden aan een salade
worden toegevoegd. De bloemhoofden kunnen nog worden gegeten als de zaaddozen zich gaan vormen. Als de zaden rijpen
wordt de smaak nog sterker. Een bol kan rauw of gekookt worden gegeten. Een bol heeft een vrij sterke knoflooksmaak en
kan, indien de plant niet uitkomt, van de vroege zomerperiode tot de vroege winterperiode worden verzameld. De bollen kunnen
4 cm lang worden en een diameter hebben van 1 cm.
Geneeskrachtige toepassingen
Voor medische doeleinden kunnen alle plantdelen worden gebruikt, maar een bol heeft de sterkste werking. Daslook verlicht
buikpijn en is een middel bij storing van de spijsvertering. De hele plant kan worden gebruikt bij een aftreksel tegen aarswormen.



