Gewone vogelmelk (Ornithogalum umbellatum) is een 10 tot 30 cm hoge, giftige
plant. De plant vormt een bloembol. De kroonbladeren zijn aan de buitenkant groen
met een witte rand die tot aan het einde van het kroonblad loopt. De gewone bladeren
zijn 2 tot 8 mm breed en hebben aan de binnenzijde een witte middenstreep.
Vaak beginnen de bladen al tijdens de bloei te verdorren.
De bloeiwijze is een schermvormige tros met tien tot twintig witte, stervormige bloemen,
waarbij de onderste bloemstelen sterk verlengd zijn en zo een scherm vormen. De bloem
bestaat uit twee trio's van binnen witte kroonbladen. De bloem heeft een doorsnede van
30 tot 50 mm. De bloem sluit zich bij slecht weer, en ook bij zon in de loop van de
middag. De bloeitijd is in mei en juni.
De voortplanting gebeurt doordat de bol nieuwe bolletjes voortbrengt. Zaden worden maar
zelden gevormd en zijn dan meestal niet levenskrachtig.
De plant groeit op zonnige tot licht beschaduwde en vaak vrij open plaatsen met een
vochtige ondergrond en komt o.a. voor in loofbossen, aan bosranden en rivier- en beek-
oeverwallen. (De plant is in Nederland beschermd.)
Toepassingen
De bol kan worden gedroogd en tot poeder worden vermalen. De bloemen kunnen aan brood worden toegevoegd.



