Hondsroos (Rosa canina) wordt 1 tot 3 meter hoog en is overblijvend.
De bladeren en takken zijn groen of soms roodachtig aangelopen.
De bladeren bestaan uit 5 tot 7 deelblaadjes. De vaak iets blauwachtige
deelblaadjes kennen sterk variëren: langwerpig tot eirond, enkel of dubbel
gezaagd, niet of weinig glanzend en kaal tot dicht behaard. De stekels zijn
grotendeels haakvormig gebogen.
De hondsroos bloeit in juni en juli met 4 tot 6 cm grote, witte of roze bloemen.
De kroonbladeren zijn veel langer dan de kelkbladeren. De vrucht is een
ovale, rood-oranje, 1,5 tot 2 cm grote bottel. De zaden kunnen zich zonder
bevruchting ontwikkelen. De hondsroos komt voor op voedselrijke, niet te zure
en donkere plaatsen, zoals langs bosranden, in heggen en in struikgewas.
De vruchten (bottels) bevatten veel vitamine C en worden o.a. gebruikt voor



