Hollandse linde (Tilia ×vulgaris) is een lindesoort
die is verkregen door de kleinbladige linde te kruisen
met de grootbladige linde. De boom kan wel 40 meter
hoog worden, met een hoge, koepelvormige kroon.
De boomschors is aanvankelijk dofgrijs en glad.
Later wordt deze ruw en ontstaat er een heel netwerk
van ondiepe groeven. Aan de voet zitten veel knobbels
met opslag. De onderste takken zijn enigszins gebogen,
de hogere opstijgend. De twijgen zijn groen en hebben
een rode waas. Er zitten roodachtig bruine, eivormige
knoppen aan. De bladeren van de Hollandse linde zijn
hartvormig en hebben een lengte van 6 tot 10 cm.
De bladranden zijn scherpgezaagd en er is een
scheve bladvoet. De bladsteel is groen, onbehaard en heeft een lengte van gemiddeld 3 cm. Het blad kleurt dofgroen van boven en
bleekgroen van onder. Er zijn licht of iets bruine haarbosjes in de oksels van de nerven. In de herfst worden de bladeren geel.
De bloemen zijn geelachtig wit. Ze vormen hangende bijschermen van 4 tot 10 stuks met een geelgroen schutblad. De vruchten
zijn eivormig, donzig en iets geribd. De doorsnede is iets minder dan 1 cm.
Toepassingen
Jonge bladeren kunnen rauw worden gegeten. Ze hebben een milde smaak en worden toegevoegd aan salades. De lindebloe-
sem levert een thee op die in geur en smaak met honing overeenkomt. Alleen gedroogde bloemen worden gebruikt. Als de bloemen
echter te oud zijn dan veroorzaken ze verdovende roes. Vezels worden verzameld van de stammen met een doorsnede van 15 tot
30 cm. Ze kunnen worden gebruikt voor touw, matten, schoenen en voor andere vlechtwerk. Ook kunnen ze worden gebruikt om
kleding te maken. Het witte hout is zacht en geschikt voor houtsnijwerk.
Geneeskrachtige toepassingen
De bloemen moeten worden verzameld zodra zij in bloei staan. Ze moeten bij een lage temperatuur worden gedroogd en dan in goed
afgesloten potten worden bewaard. Lindethee bevordert de transpiratie, verlicht verkoudheid en griep en stimuleert bovendien de
weerstand. Linde kan tegen de griep ook worden vermengd met kamille en vlierbloesem. Linde heeft een kalmerende en verdovende
werking. Een afkooksel van de bast kan gebruikt worden als een verzachtende wondverband voor wonden en brandwonden, bij het
verhelpen van maagkrampen en pijn in de urinewegen. Aftreksel of afkooksel van lindetakjes, -blad of -bloesem in badwater werkt heel
rustgevend, helpt depressies te overwinnen, verlicht hoofdpijn en helpt tegen slapeloosheid. Als bloemen echter te oud zijn dan kunnen
ze een verdovende roes veroorzaken .
Verpulverde houtskool bevat antiseptische en absorberende eigenschappen en stimuleert de eetlust en spijsvertering. Het helpt bij
diarree, winderigheid, brandend maagsap en koorts. Door verpulverde houtskool op etterende wonden te strooien worden de gifstoffen
geabsorbeerd.
De grootbladige linde (Tilia platyphyllos) of zomerlinde is een lindesoort die in Europa in het wild voorkomt, echter niet zo
ver noordelijk als de kleinbladige linde. De hoogte kan 40 meter bedragen. Linden zijn populair doordat ze zomers een aangename
geur verspreiden. De boomkroon is hoog en kegelvormig. De takken groeien opwaarts. De twijgen zijn roodachtig groen en
behaard. De bladeren zijn rond of eirond met een toespitsing aan de top. De bladranden zijn scherpgezaagd en variëren tussen
6 tot 15 cm bij 6 tot 15 cm. De bladsteel is harig en heeft een lengte van gemiddeld 3 cm. De blad is aan de bovenzijde donker-
groen en behaard; aan de onderzijde is het bleker en is voorzien van witte haartjes op de nerven.
De bloemen zijn geelachtig wit. Ze hangen in groepjes van drie of vier bij elkaar. Er is een witachtig groen schutblad van 5 tot
12 cm lang. De boom draagt ronde vruchten met een doorsnede van 1 cm of iets minder. Elke vrucht heeft drie tot vijf ribben en
is dichtbedekt met haartjes.
De kleinbladige linde (Tilia cordata), ook wel winterlinde genoemd, is een lindesoort die in Europa in het wild voorkomt.
De hoogte is ongeveer 30 meter. De boom heeft een hoge, dichte, koepelvormige kroon. De boomschors is aanvankelijk glad en
grijs. Later wordt deze donkergrijs en gegroefd. De twijgen zijn rood van boven en olijfgroen van onderen. De knoppen zijn glad,
glanzend donkerrood en eivormig. De kleinbladige linde heeft hartvormige bladeren van 4 tot 7 bij 3 tot 5 cm groot. De bladeren
zijn voorzien van fijngezaagde randen en een geelgroene of rozeachtige bladsteel van 3 tot 5 cm lang. Het blad is aan de bovenzijde
donker en glimmend groen. Aan de onderzijde is het blad bleker. In de oksels van de bladnerven zitten bosjes haartjes. De bloemen
zijn wit en vormen dichte groepjes van 4 tot 15 stuks. Er is een bleekgroen schutblad van circa 6 cm lang. De boom draagt kleine
vruchtjes (circa 6 mm in doorsnede). Deze zijn bolvormig en geribd.



