De Gewone walnoot (Juglans regia), ook wel okkernoot genoemd,
kan een hoogte tot 30 m bereiken en kan meer dan 10 m breed worden.
De boom vormt een ronde half open kroon. De schors van de dikke stam
is eerst glad, maar wordt later grijs met diepe groeven. De onderste tak-
ken zijn groot en bochtig en de knoppen zijn donker paarsbruin gekleurd.
De bladeren zijn oneven geveerd samengesteld, gaafrandig en eirond, en
kan tot 45 cm lang en hebben meestal 7 tot 9 deelblaadjes.
De mannelijke bloemen groeien in gele, hangende katjes van 5 tot 15 cm
lang, terwijl de vrouwelijke, rechtopstaande bloemen klein en groen zijn.
De groene vruchten zijn bolvormig, glad en hebben witte puntjes. In de vruchten zit een bruine walnoot met eetbare pit.
Toepassingen
Walnoten kunnen gegeten worden, zodra ze in de herfst van de boom gaan vallen. De noten kunnen rauw worden gegeten of in
allerlei gerechten worden verwerkt. Uit de noten kan een olie voor salades gewonnen worden geschikt voor salades en om mee
te bakken. De olie kan echter niet lang bewaard worden, omdat het snel ranzig wordt. Sap wordt in de lente afgetapt en ingekookt
om suiker van te maken.
De bladeren worden in schoenen gebruikt tegen brandende, pijnlijke voeten. Bladeren en de noten kunnen worden gedroogd om
later te gebruiken. Gekneusde bladeren zijn insectenwerend. Gedroogde schors en schil van de noten worden gebruikt om de
tanden schoon te maken. Notenhout is zwaar, hard, duurzaam en vormt goede timmerhout.
Geneeskrachtige toepassingen
Een afkooksel van de groene schillen wordt gebruikt als kleurmiddel voor donkerbruin haar, terwijl de afgekookte, verkruimelde
bladeren een insectwerend middel vormen. Als thee, gorgeldrank of lotion worden de bladeren gebruikt bij diarree, een geïrriteerd
maagdarmkanaal en ontstekingen aan het tandvlees, de mond en de keel. Als kompres worden de afgekookte bladeren toegepast
bij ontstoken oogleden, bevroren delen, uitslag en allerlei huidaandoeningen, zoals acne en eczeem. De binnenste schors werkt
als een mild laxeermiddel.



