Een vlecht is een sterke bundel gemaakt van draad, haar, riet, stro, touw of
ander materiaal, bestaande uit drie of meer strengen die in elkaar gevlochten
zijn. Het maken van een vlecht wordt vlechten genoemd. Het vlechten wordt
meestal gebruikt voor platte, gesplitste materialen, zoals de bladeren van de
lisdodde of platgemaakte stro. Eenmaal gedroogd moeten de bladeren eerst
vochtig worden gemaakt voordat er touw van wordt gemaakt.
Drievlecht (afb.1a)
Neem een bundel vezels en bind de einden aan elkaar. Maak de bundel ergens
aan vast en splits het in drie afzonderlijke strengen. Breng de rode streng naar
het midden (1) en daarna de blauwe er over heen (2). Breng dan nu de gele
streng naar het midden (3) en de rode er over heen (4). Blijf de strengen draaien en zorg ervoor dat het vlechten gelijkmatig en zo
strak mogelijk gebeurd.
Bij een oneven aantal strengen, zoals bij de vijfvlecht (afb.1b) verdeel het in twee partijen. Begin bij de partij met de meeste
vezels en ga met de buitenste streng steeds er onderdoor en overheen tot aan de binnenzijde van de andere partij.
Bij een even aantal, zoals de achtvlecht (afb.1c), moet de bundel ook in twee partijen worden verdeeld. Dan de buitenste
draad van de ene er overheen en onderdoor tot aan de binnenzijde van de ander partij. De buitenste draad van de andere partij
eerst er onderdoor en dan pas er overheen tot aan de binnenzijde van de andere partij.



