Kruidachtige planten

Kruidachtige planten zijn planten die niet verhouten zoals struiken en bomen, die op het oude hout altijd

weer uitlopen. Kruidachtige planten komen in het voorjaar boven de grond, vormen stengels en bladeren,

bloeien en geven zaad. Ze vormen eenjarige, tweejarige of vaste planten, die in de winter tot de grond toe

afsterven.

 

Een eenjarige plant voltooit zijn levenscyclus, van kieming tot zaad, binnen één jaar. De plant sterft na de zaadzetting af of gaat

aan het eind van het jaar dood.

 

Tweejarige planten zijn planten die hun levenscyclus voltooien in twee groeiseizoenen. Het eerste jaar brengen ze bladeren en

soms stengels voort, waarna de onderaardse delen overwinteren, en het tweede jaar bloeit hij en vormt hij zaad. Na de bloei sterft

de plant af.

 

Een vaste of overblijvende plant is een plant die langer dan twee jaar leeft. Er zijn vaste planten, zoals bol- en knolgewassen,

die bovengronds afsterven, maar door het reservevoedsel uit de bol, knol of wortelstok in het volgende voorjaar weer uitlopen,

maar daarnaast zijn er vaste planten die bovengronds niet afsterven, zoals vele grassen.

 

De meeste kruidachtige plantendelen zijn rauw te eten, maar kunnen beter in schoon water worden gereinigd, zodat er eventuele

haartjes of ander vuil verwijderd worden. Door ze echter te koken of te stomen smaken de plantdelen beter, maar mogen niet te

lang worden gekookt, omdat anders teveel voedselelementen uit de plant verloren gaan. Een betere manier vormt het stomen

van de plantendelen. Indien er toch gekookt wordt, kan het kookwater worden bewaard, omdat het waardevolle voedingsmiddelen

bevat die weer kan worden gebruikt o.a. als basis voor een soep of als drinkbouillon. De bladeren en de stengels van een plant

bevatten mineralen, vitaminen, proteïne, vetten en koolhydraten en kunnen vaak rauw worden gegeten. Wortels bevatten naast

belangrijke voedselelementen vooral zetmeel. De meeste vitaminen en mineralen zitten bij de wortels vlak onder de schil en om te

voorkomen dat deze verloren gaan is het beter om wortels te schrapen dan te schillen. Wortels kunnen worden gekookt, gestoomd

of geroosterd. De beste manier vormt echter het koken, want koken maakt zelfs taaie wortels beter eetbaar. Met name koken zorgt

ervoor dat eventuele schadelijke stoffen verwijderd worden, waarbij het kookwater dus niet kan worden bewaard. 

 

 

 

Aardbei

Duizendblad

Lievevrouwebedstro

Struisgras

Adderwortel

Engelwortel

Lisdodde

Veenpluis

Andoorn

Fluitenkruid

Look-zonder-look

Veldkers

Akkerkool

Goudsbloem

Madeliefje

Veldsla

Barbarakruid

Heemst

Margriet

Viooltje

Beemdgras

Herderstasje

Melganzenvoet

Vogelmelk

Berenklauw

Hoefblad

Melkdistel 

Waterkers

Bernagie

Hondsdraf

Mierikswortel

Weegbree

Bies

Honingklaver

Munt

Wilgenroosje

Bieslook

Hop

Muur

Wollegras

Biggenkruid

Kaasjeskruid

Muurpeper

Zegge

Boerenwormkruid

Kalmoes

Paardebloem

Zevenblad

Brandnetel

Klaproos

Pastinaak

Zilverschoon

Bronkruid

Klaver

Peen

Zijdeplant

Cichorei

Klaverzuring 

Peterselie 

Zuring

Citroenmelisse

Kleefkruid

Pimpernel

Zwenkgras

Daslook

Klit

Pinksterbloem

 

Dille

Koningskaars

Riet

Varens

Distel

Krodde

Smeerwortel

Adelaarsvaren

Dovenetel

Kweek(gras) 

Speenkruid

 

     Naar boven