Zoogdieren zijn warmbloedige gewervelde dieren met, althans in aanleg, een lichaamsbedekking die uit
haar bestaat. De meeste zoogdieren brengen hun jongen levend ter wereld en zogen hun jongen met
moedermelk.
Er is een groot verschil in de mate van ontwikkeling bij de geboorte. Zo worden veel knaagdieren
(bijv. konijnen) en verscheidene roofdieren (bijv. beren) naakt en blind geboren in een hol. De eerste
paar weken van hun leven hebben ze verzorging van de moeder nodig. Katten en andere roofdieren
worden eveneens met gesloten ogen geboren, maar deze dieren hebben wel al beharing. Ook bij deze
dieren is verzorging door de moeder nodig, in het bijzonder om te leren jagen. Kuddedieren als
hoefdieren baren jongen die volledig ontwikkeld ter wereld komen en al binnen een uur kunnen lopen.
De draagtijd tot de jongen geboren worden verschilt van elf dagen tot bijna twee jaar. De grootte van
de worp loopt uiteen van dieren die slechts één jong per keer krijgen tot dieren die tien of meer jongen
per worp kunnen krijgen. De zoogdieren hebben goed functionerende zintuigen en hersenen met een
groot vermogen. Hierdoor hebben zoogdieren goede overlevingskans.
Zoogdieren kunnen hun lichaamstemperatuur regelen, waardoor het op een constante temperatuur
kan worden gehouden en tevens onafhankelijk is van de buitentemperatuur. Ook kan een zoogdier zijn temperatuur regelen
door bij elkaar te kruipen, ineen te hurken of door zich door de zon te laten verwarmen. Zoogdieren hebben zweetklieren,
die ook een rol spelen bij het regelen van de lichaamstemperatuur. Wanneer de buitentemperatuur 's middags hoog kan worden,
zoeken zoogdieren de schaduw op of schuilen in een hol.
Zoogdieren zijn in staat om op plaatsen te leven waar koudbloedige dieren niet kunnen voorkomen, zoals de koude poolge-
bieden. Het kost veel energie om zich warm te houden, waardoor dieren veel moeten eten. Sommige dieren houden en
winterslaap waardoor hun lichaamstemperatuur daalt en waardoor eten niet nodig is. Wel moeten ze ervoor zorgen dat ze een
goede vetlaag hebben opgebouwd.
De meeste zoogdieren hebben een vacht die bestaat uit een isolerende ondervacht van uit fijne haartjes, en een bescher-
mende bovenvacht. Sommige haren hebben een speciale functie. Egels gebruiken hun stekelharen voor de verdediging.
Snorharen komen voor bij dieren die niet goed kunnen zien of die voornamelijk bij nacht actief zijn. Ze helpen bij het vinden
van de weg en bij het zoeken van voedsel.
Zoogdieren hebben geurklieren, waarmee veel soorten zoogdieren stoffen afscheiden om te communiceren, bijvoorbeeld om
een territorium af te bakenen.
Indeling zoogdieren
Zoogdieren zijn onderverdeeld in ordes, zoals insecteneters, haasachtigen, knaagdieren, roofdieren en hoefdieren. Deze vijf
ordes zijn ook het meest bekend en komen in Europa voor. De orde van de roofdieren worden gemakshalve opgedeeld in families:
marter-, kat-, hond-, wasbeer- en beerachtigen. Bij elke orde of familie worden één of meer soorten genoemd, waarvan de meeste
soorten nader zijn uitgewerkt.
Insecteneters Haasachtigen
egel, mol, spitsmuis, vleermuis konijn, haas, sneeuwhaas
Hondachtigen Marterachtigen
vos, wolf boommarter, steenmarter, bunzing, otter,
das, veelvraat, wezel, hermelijn
Wasberen Beren
Hoefdieren
ree, rendier, muskusos, eland, edelhert, damhert,
