Insecten vormen de grootste groep dieren en leven in alle mogelijke omgevingen. Insecten zijn ongewer-
velde dieren. Het lichaam van insecten, dat tegelijkertijd huid en skelet is, bestaat uit chitine (het hoornachtig
pantser) dat vrij hard is.
De chitine houdt het lichaam bij elkaar en beschermt het tegen uitdroging. Het bestaat uit
een groot aantal kleine delen die met elkaar verbonden zijn. Omdat het pantser niet mee-
groeit vervellen insecten meerdere keren tijdens de verschillende ontwikkelingsstadia
(ei, larve, pop, volwassen insekt). Tijdens deze stadia zien de dieren er helemaal anders
uit. Onder het te kleine huidpantser groeit een nieuwe, zachte huid. De oude pantserhuid
scheurt open en de huid wordt afgestroopt. De nieuwe huid verandert snel weer in een
pantser. Dit proces herhaalt zich tijdens het larvestadium meerdere keren, totdat het
dier zijn uiteindelijke grootte heeft bereikt.
Insecten hebben veel vijanden en hebben daarom verschillende methoden ontwikkeld om zich te beschermen. Sommige soorten
verbergen zich of lopen weg en andere beschikken over angels en gif of een bijtende zuur, bijvoorbeeld rode mieren. Vele kever-
soorten hebben als bescherming een hoornachtig schild. Andere insecten imiteren weer andere insecten en hebben dan de
waarschuwende kleuren van bijen horzels en wespen overgenomen. Andere kunnen zich camoufleren, zodat ze eruit zien als de
bladeren of de takken waarop ze zitten. Sommige dagvlinders hebben hele grote vlekken op hun vleugels die eruit zien als ogen.
Het beschermt ze bijvoorbeeld tegen vogels, die hiervan schrikken.
De levenswijze van insecten is zeer verschillend. Sommige leven alleen en andere leven in volken of kolonies
Verzamelen
Insecten bevatten essentiële voedingseigenschappen. Ze zijn rijk aan vet, proteïne en koolhydraten. Insecten zijn vooral in
de ochtenden avond actief. Kijk in gaten van bomen en achter de schors, in planten, op vochtige plekken in de schaduw en op de
bodem van plassen, meren, beken enz. Mierennesten zijn makkelijk te herkennen. Keverlarven zijn bleek van kleur met drie korte
poten en zijn te vinden in bomen waarvan de schors afpelt en in rottende stronken.
Bereiden
Insecten kunnen rauw worden gegeten, maar smaken beter indien gekookt of geroosterd. Het koken vernietigt de schadelijke
bacteriën en parasieten. Bij de grote insecten moeten de poten en vleugels worden verwijderd en de kleinere insecten, zoals mieren,
kunnen fijn worden gedrukt en dan worden gekookt of tot een soort poedermeel worden gedroogd. Dit poeder blijft enige dagen goed
en kan worden gebruikt om ander voedsel dikker te maken.
♦ Rupsharen veroorzaken soms uitslag. Voor gebruik 'knijp' de harige rups leeg en gooi de huid weg.
♦ De pootharen van sommige insecten kunnen irriteren en zelfs vast komen te zitten in het spijsverteringskanaal.
♦ De larven aan de onderkant van bladeren kunnen beter vermeden worden. Als bescherming scheiden ze vaak een giftige vloeistof
uit. Ze vormen wel goede aas voor bij het vissen.
♦ Felgekleurde insecten en hun rupsen zijn meestal giftig.
Naar boven
