De eerste muziekinstrumenten werden uitgevonden door de mensen in de steentijd.
Het maken van muziek is waarschijnlijk ontstaan, doordat ze ontdekten dat ze geluiden
konden voortbrengen met allerlei materialen. Materialen die werden gebruikt om eten klaar
te maken, te dansen of op jacht te gaan. En zo hebben ze met dagelijkse voorwerpen
en met allerlei materialen (zaden, stengels, stenen, grint, botten, schelpen), verschillende
soorten muziekinstrumenten uitgevonden.
Ook het lichaam werd als muziekinstrument gebruikt, door het ritmisch klappen in de
handen of op de dijen en door het stampen met de voeten ontstond er ‘aangeslagen’ muziek.
De eerste blaasinstrumenten waren fluiten gemaakt uit riet, hout en been, maar ook fluitjes
die slechts één toon konden spelen, gemaakt uit schelpen, van gras en noten.
Rammelaars en kleppers werden gemaakt van gedroogde vruchten, steen,
schelpen of hout. Schrapers ontstonden door twee stenen tegen elkaar aan
te wrijven om vuur te maken of voedsel en kleurstoffen te malen, maar ook
door de ribbels van twee schelpen tegen elkaar te wrijven. Van holle boom-
stammen werden spleettrommels of sprekende trommels gemaakt en er
werden ritmes geslagen met allerlei stokken.
Hoorns
Holle dierenhoorns vormen goede muziekinstrumenten. Met de ontwikkeling van de landbouw waren hoorns van o.a. schapen en
geiten makkelijk verkrijgbaar en makkelijk om te maken door het uiteinde af te zagen of zo dicht mogelijk bij het uiteinde een gat te
boren. In deze gaten kan dan een mondstuk worden geplaatst met een scheef afgesneden blaaspunt van bijvoorbeeld vlierenhout.
Op de zijkant van de hoorn kunnen ook kerven worden gemaakt en bespeeld worden door er met een stok over te strijken.
Fluiten
De oudste muziekinstrumenten die in Noordwest-Europa zijn gevonden, zijn fluiten vervaardigd
uit dierenbotten. Voor het maken van een benen fluit kunnen verschillende soorten bot worden
gebruikt, zoals van de been- of vleugelbotten van vogels en de botten van de dij- of scheenbeen
van een schaap of geit. Allereerst moet er aan de smalle kant van het bot, de knook, smalle
reepjes worden afgezaagd/geschaafd tot een klein gaatje van ongeveer 6 mm zichtbaar wordt.
Vervolgens moet het been goed gereinigd worden in warm water, waarna het merg makkelijk
verwijderd kan worden. Het been mag niet gekookt worden, omdat het dan broos wordt.
Hierna wordt er met een klein boortje in het bot geboord en gevijld.
Veel prehistorische mensen gebruikten ook eenvoudige stenen fluiten om vogels of dieren te
imiteren, soms in rituele vieringen of om een vogel te lokken, door stenen te zoeken met één
of meer gaten. Deze gaten zijn via een natuurlijke weg ontstaan.
Fluiten kunnen echter ook uit planten worden gemaakt. Er zijn een aantal manieren om een fluit van planten te maken. Het hangt
af van welke plant dat er wordt gebruikt. Fluitenkruid, riet en de vlier zijn van nature al hol, waardoor ze makkelijk zijn te gebruiken.
Maar ook van planten die van nature niet hol zijn, zoals de wilg en lijsterbes, kunnen fluiten worden gemaakt. Maar ook met een
grassprietje of het hoedje van een eikel kan worden gefloten.
Snorrebot
Een snorrebot is een ritueel muziekinstrumenten een manier om over langere afstanden te communiceren. Andere namen zijn
snorbot, snorhout of zoemhout. De klank van dit instrument wordt gevormd door het snel rond te laten bewegen d.m.v. een koord.
De lucht rond de snorrebot wordt hierdoor in trilling gebracht en zo ontstaat er een snorrend geluid.
Snorrebotten vinden hun oorsprong ver terug in de geschiedenis van de mensheid. Bij de volken uit
de oudheid hielpen de draaiende lichaamsbewegingen om tijdens rituelen tot extase te komen.
Elk snorrebot heeft een andere klank. Dit is afhankelijk van het materiaal, de vorm, de afmeting
de rotatiesnelheid en de hoek ten opzichte van de grond. De meeste snorrebotten zijn van hout
en schors gemaakt, maar soms werd ook een bot of een hoorn gebruikt.
Maakproces
Als eerste is er een plankje nodig met een dikte van ongeveer 0.5 cm, een lengte van 20 cm en een
breedte van ongeveer 10 cm. Rond de hoeken af. Maak een gaatje aan één kant van de snorrebot.
Bevestig door dit gaatje een stukje touw van ongeveer 1 m lengte. Het snorrebot klinkt beter wanneer
er enkele gaten in worden gemaakt of de randen wat worden gekarteld.
Spleettrommels
Een spleettrommel wordt gemaakt van een binnen zorgvuldig uitgeholde boomstam.In het verlengde van de stam worden twee
paralelle spleten gemaakt. Deze spleten zijn even lang en precies in het midden wordt er een stukje hout verwijderd, zodat er
twee tongen ontstaan. Door de tongen van verschillende dikte te maken ontstaan er twee verschillende tonen. De trommel wordt
daarna zijdelings op twee houtblokjes gelegd en nabij de top beslagen met een stok of twee stokken.
De gemiddelde spleettrom is ongeveer één meter lang. De minimumlengte is 50 cm en de
maximumlengte is ongeveer 2.30 m. De diameter kan gaan tot een meter, maar is meestal
25-40 cm.
Een spleettrom heeft slechts twee of drie tonen, maar een xylofoon-trom bestaat uit een
lang uitgehold stuk hout met spleten in de lengterichting. Elk paar spleten van verschillende
lengte vormt een tong met een eigen toonhoogte.
Trommel
Van een boomstam, een dierenhuid, een buigzame tak en repen huid kan een eenvoudige handtrommel worden gemaakt.
Allereerst is een boomstam nodig met een lengte van 40 cm en een breedte van 25 cm die uitgehold moet worden. Indien het
uithollen niet klaar is dan moet de boomstam, om scheuren te voorkomen, op een vochtige, maar niet winderige plek moeten
worden weggezet. Bij het uithollen moet een rand overblijven van ongeveer 2 cm.
Aan de onderkant moeten inkepingen worden gemaakt waar de repen huid omheen
worden geplaatst. Vervolgens moet uit een verse huid, waarvan de haren zijn verwijderd,
een cirkel worden gesneden met een doorsnede van ongeveer 40 cm en een lange reep
met een breedte van 1 cm. Van een buigzame tak, bijvoorbeeld van een kornoelje of
wilg, moet vervolgens een stevige ring worden gemaakt die zo groot is dat het net over
de boomstam past, waarbij er ook nog ruimte is voor de huid. Hierna moeten er gaten
net boven de ring in de huid worden gemaakt. De gaten moeten op dezelfde afstand
zitten als de inkepingen.
De reep huid kan vervolgens van de inkeping door een gat worden geregen en door een
volgende gat terug en dan weer naar beneden naar de volgende inkeping. Tijdens het
werken moet de reep huid en de huidcirkel vochtig worden gehouden. Door de reep
huid strak te trekken wordt de ring naar beneden getrokken en komt de huidcirkel onder
spanning te staan. Zodra de huid rondom onder spanning staat, kan het apart worden
gezet om te drogen. Indien nodig kunnen de horizontale repen door verticale repen
onder meer spanning worden gezet. Deze verticale repen kunnen dan op een hoogte
van eenderde en tweederde van de boomstam worden vastgemaakt.

