Naast het jagen speelde de visvangst een grote rol in de steentijd en vormde een grote bijdrage aan het
dagelijks menu. Dit wordt ondersteund door archeologische bewijzen o.a. in de vorm van weggeworpen
visresten en grottekeningen.
Gedurende de prehistorische periode waren de mensen constant in beweging. Indien er echter sprake was van permanente neder-
zettingen (die echter niet permanent bewoond hoefde te zijn) dan werden die vaak geassocieerd met het vissen als de belangrijkste
voedselbron. Naast de nieuwe ontwikkelingen van landbouw en aardewerk ontstond ook de basis van de belangrijkste vormen van
vissen die tegenwoordig nog steeds worden gebruikt. Er werden verschillende technieken gebruikt om allerlei soorten vis te vangen,
zoals snoek, brasem, karper, baars, blankvoorn, paling, meerval, zalm, elft en steur. De mensen gebruikten o.a. visvallen,
zoals fuiken, netten, visweren, maar ook lijnen met een haak en speren. Door de vissen te roken of te zouten konden ze langer
worden bewaard. Bij de visvangst werden ook boten gebruikt.
Boogvissen Haken Vis bedwelmen