Spoorzoeken

Spoorzoeken werd door de jager-verzamelaars gebruikt bij het jagen en bij het zetten van vallen en strikken.

Aan de hand van de aanwijzingen die de dierensporen hen opleverden wisten de jager-verzamelaars op

welk dier zij konden jagen, hoe oud het spoor was en welke geslacht en leeftijd het dier had. Spoorzoeken

was echter meer dan alleen het volgen van een dier van de ene plek naar een andere. Het was een proces

in het beantwoorden van een aanhoudende serie vragen over het dier en zijn interacties met de omgeving.

Het was daarom belangrijk om de verschillende prentpatronen van dieren eigen te maken om zo de intenties

van het dier af te lezen.

 

Tegenwoordig geeft spoorzoeken de mogelijkheid om deel te nemen aan en het leren

respecteren van de levens van dieren zonder opdringerig te zijn. Het te dicht bij dieren

komen kan leiden tot een serieuze verstoring, zoals het verlaten van jongen, verstoorde

nestplaatsen, het beschadigen van foerageerplaatsen of het kan zelfs tot de dood van

een dier leiden. Spoorzoeken is daarom een niet-invasieve methode om informatie

te verzamelen, zodat mogelijke stress bij dieren kan worden geminimaliseerd.

 

Het leren van het spoorzoeken is niet makkelijk, maar door het oefenen in deze kunst,

valt er veel te leren over de natuur. Allereerst dient er een basiskennis te zijn van een

dier,zowel in het gedrag als de lichaamsbouw, van waar uit gewerkt kan worden.

 

Leren spoorzoeken

Een goede spoorzoeker is niet een persoon die een spoor of een dier kan volgen en een

dier kan vinden. Een goede spoorzoeker is niet een persoon die de ene na de andere

voetafdruk volgt met als enige doel het dier te vinden. Een goede spoorzoeker is een

persoon die de kleine nuances in elke afdruk kan lezen en die zoveel mogelijk leert van

de voor hem gelegen afdruk.

 

Voor een beginnende spoorzoeker is het beter om elke prent te bekijken, want van elke

prent kan wat geleerd worden. Het gaat dan om het leren en niet het inhalen of vinden

van een dier. Een beginnende spoorzoeker neemt daarom een spoor en probeert om

alles te lezen dat een spoor kan vertellen door:

 

  • alle nuances voor een half uur tot een uur te bestuderen en vanuit verschillende kanten te bekijken.
  • te kijken hoe het eruit ziet in relatie tot de andere prenten
  • proberen te begrijpen welke dieren en natuurkrachten een spoor beïnvloeden
  • proberen te begrijpen waarom een dier op een bepaalde manier loopt, waarom in die richting en hoe snel het ging,
  • waar hij naar toe gaat of vandaan komt.

Om te leren spoorzoeken mag geen enkele spoor worden overgeslagen. Het is te makkelijk om van een erg moeilijke spoor naar

een volgende en simpelere te gaan, maar hierdoor wordt er niks geleerd. De prent die het meeste kan leren is meestal degene die

niet gevonden kan worden. De aanwijzing tot de volgende prent ligt in degene die als eerste bekeken wordt. Om na te gaan waar en

hoe een dier zich bewogen heeft dient een spoorzoekerdicht op het spoor te zitten. Wanneer nodig zal een spoorzoekers dus langs

een spoor op handen en knieën moeten zitten. Een andere manier om een spoor te bestuderen is door het hoofd zo dicht mogelijk

bij de grond en langs een spoor te houden, één oog te sluiten en met de ander de grond te onderzoeken. Dit is vooral bruikbaar bij

het oppikken van de doffe en glimmende effecten die ontstaan wanneer dieren door een uit gras bestaande onderlaag lopen.

 

Bij het volgen van een spoor moet een beginnende spoorzoeker alles van één prent leren voordat het naar de volgende gaat.

Er kan pas naar een volgende spoor worden gegaan totdat alle kleine dingen in een spoor gelezen zijn. Elke aanzet, kras, afdruk

en drukontlading die in een spoor gevonden wordt zal iets over dat dier vertellen over de manier hij beweegt, waar hij zijn hoofd naar

beneden bracht of in één beweging omhoog om te kijken naar mogelijke gevaar, waar hij wilde draaien en waarom, welke sekse het

dier was en hoeveel het weegt. Dit kan allemaal in een spoor worden gevonden. Kennis van het dier, zoals wat het eet, waar het

slaapt, de grootte, het maximale gewicht, zijn (eventuele) vijanden en kennis van zijn omgeving spelen daarbij een zeer grote rol.  

Er zal zelden een perfecte afdruk worden gevonden, slechts 5%. Meestal zijn er slechts delen van een spoor te zien zoals een teen

of twee of een hielkussen, waardoor van de rest een beeld gevormd moet worden. Daarom is het belangrijk om vertrouwd te worden

met classificaties en patronen. Om het spoorzoeken zich eigen te maken moet een spoorzoeker kennis hebben van:

 

Prenten, loopwijzen & -patronen

Verstoringen

Drukontladingen

Bepaling sekse

Bepaling ouderdom prent

Techniek van het spoorzoeken

 

Daarnaast zijn er bepaalde moderne  Leertechnieken die kunnen helpen om de kennis en de vaardigheid van het spoorzoeken te vergroten.

 

    Naar boven